Koe

Lakenvelder koe

Er zijn twee lakenvelder koeien. Bertha en Grietje. Bertha is rood/wit en Grietje zwart/wit. Het heet een lakenvelder omdat er over zijn rug net een wit laken hangt. Het is een oud Nederlands ras en komt al voor sinds de 17e eeuw. De lakenvelder valt onder de zeldzame huisdierrassen. Het vrouwtje heet een koe en het mannetje een stier. De draagtijd van een koe bedraagt ongeveer 9 maanden. Er wordt dan 1 kalfje geboren. Heel soms ook wel eens twee.

Lakenvelders eten vooral gras/kuilgras/hooi. Ook krijgen ze soms krachtvoer erbij voor de vitaminen en mineralen.

De koe trekt het gras met de tong van de grond en maalt het tussen de onderste tanden en de kaken. De koe is een herkauwer en slikt het gras bijna zonder kauwen in. Een koe heeft vier magen. Als de pens (eerste maag) vol is, komt het gras terug in de mond waarop het fijngekauwd wordt. Hierna wordt het weer ingeslikt. In de pens wordt het voedsel door micro-organismen gefermenteerd. De tweede maag, de netmaag, zorgt ervoor dat het gefermenteerde voedsel doorstroomt naar de boekmaag. In deze derde maag wordt het vocht uit het verteerde voedsel gehaald. Als laatste volgt de vierde maag, de lebmaag. Deze maag lijkt het meest op de maag zoals bij niet herkauwende zoogdieren. Hier wordt het voedsel verteerd door spijsverteringssappen en doorgegeven naar de dunne darm.